10 vragen aan... Gerhard Hormann

In 2016 heb ik op een van mijn blogs de boeken van Gerhard Hormann al eens onder de aandacht gebracht. Je kunt het artikel 'Een ander perspectief' hier teruglezen.

Ook citeerde ik al eens enkele treffende en inspirerende citaten uit zijn boeken.

Deze keer leek het mij leuk om de schrijver zelf eens in het zonnetje te zetten.




Ik ben Gerhard Hormann en ik woon in Ridderkerk aan het pas opgeleverde Waalbos met mijn vrouw en twee kinderen (en twee asielkatten). Ik ben een fanatiek lezer, muziekliefhebber en filmfreak. Momenteel noem ik mezelf fulltime schrijver en parttime pensionado, maar tot voor kort was ik een tijdschriftjournalist in loondienst. Naast mijn boeken schrijf ik columns en blogs.

Wanneer is jouw ‘passie voor schrijven’ begonnen?
Ik denk al heel jong, want ik was aan fanatiek lezer. Ik heb alle boeken die mijn ouders in huis hadden verslonden en leende in de bibliotheek al boeken voor volwassenen voordat ik naar de middelbare school ging. Op mijn 23ste was ik al eens begonnen aan het schrijven van een Fantasyboek (omdat dat het belangrijkste genre was dat ik toen las), maar verder dan een paar handgeschreven hoofdstukken ben ik niet gekomen. Ik ben pas écht gaan schrijven toen ik als journalist begon en ik mijn allereerste personal computer kreeg. Nadat ik in korte tijd twee wedstrijden voor korte verhalen had gewonnen, ben ik op 4 september 1991 aan mijn eerste thriller begonnen. Dat weet ik nog zo goed omdat het de nacht is dat mijn oudste zoon werd geboren.

Waar geniet je het meeste van tijdens het schrijven?
Van het schrijven zelf. Veel auteurs ervaren dat als een worsteling, maar ik vind het heerlijk. Vroeger schreef ik ’s avonds na werktijd aan mijn boeken in mijn studeerkamer met muziek aan. Dat vind ik nog steeds een genot: een paar uur tikken en de tijd vergeten, terwijl je naar een blues-cd van Lightnin’ Hopkins of Etta James luistert. Ik geniet ervan als ik een paar mooie zinnen heb geschreven, een rake observatie heb gedaan of dingen heb bedacht die ik nog niet wist. Stef Bos vroeg ooit aan me waarom ik eigenlijk schreef. Mijn antwoord luidt: ik wil woorden laten dansen om mijn zinnen te verzetten.

Hoeveel tijd besteed je in een week aan het schrijven?
Toen ik nog een vaste baan had, schreef ik acht pagina’s per week, verdeeld over vier avonden (maandag tot en met vrijdag). Zo weet je dat je na een  maand ruim dertig boekpagina’s hebt geschreven en na negen maanden een compleet boek in handen hebt. Dat deed ik heel gedisciplineerd en altijd op een vaste tijd; van half negen ’s avonds tot een uur of tien, half elf. Nu schrijf ik ’s ochtends als iedereen naar zijn werk is of naar school. Soms is dat een uurtje, maar als het regent en waait, kan ik ook gerust de hele dag zitten schrijven.

Wat is je favoriete plek om te schrijven?
Het grappige is dat ik thuis een werkkamer had toen ik nog werkte, met een hele rij boekenkasten en een houten bureau. Nu  zit ik het liefst aan de keukentafel met uitzicht op de tuin en het natuurgebied daarachter. Daar zit ik dan in mijn ochtendjas met een kop koffie naast mijn laptop en een cd in de stereo. Soms gebeurt het dat de postbode aanbelt met een pakje en ik nog steeds niet ben aangekleed.

Welke boeken heb je geschreven en met welk boek ben je op dit moment bezig? Kun je al iets vertellen over je nieuwste boek?
Sinds 1996 heb ik zeven thrillers gepubliceerd, één jeugdboek en een non-fictieboek over tweede huizen dat je kunt beschouwen als een probeersel voor de reeks die in 2012 van start ging. Toen ik in 2008 mijn laatste thriller publiceerde (Het mysterie van Montalcino), dacht ik serieus dat dat mijn allerlaatste boek was. Maar in 2011 had ik het gevoel dat ik weer een verhaal te vertellen had. Dat resulteerde in Hypotheekvrij!, een boek over het versneld aflossen van je hypotheek, gebaseerd op mijn persoonlijke ervaringen. Toen had ik er nog geen benul van dat dat het begin zou vormen van een reeks van zes titels. Nu zit ik alweer te broeden op een boek dat kan dienen als een vet uitroepteken achter die serie met als voorlopige verschijningsdatum het voorjaar van 2019.

Wat is je grootste fout die je gemaakt hebt als schrijver?
In 2004 heb ik mijn jeugdboek uitgebracht bij Unieboek in plaats van bij Kluitman, die het ook heel graag wilde hebben. Kort daarop was ik aanwezig bij een receptie, waar doodleuk gezegd werd dat Unieboek de focus wilde leggen op gevestigde namen en minder energie zou steken in debuterende auteurs. Toen wist ik al dat Meneer Melchior zou zinken als een baksteen. Dat betekende meteen ook het einde van mijn carrière als auteur van jeugdboeken. Het op één na domste wat ik heb gedaan, heeft daar zijdelings mee te maken want in 2004 publiceerde ik een thriller, een jeugdroman én een boek over tweede huizen. Journalisten kunnen het dan niet meer volgen, met als gevolg dat elk afzonderlijk boek veel minder aandacht krijgt dan het verdient.

Wat is het beste advies dat je een beginnende schrijver zou meegeven?
Om te beginnen: lees alles wat los en vast zit en kijk hoe andere auteurs een verhaal opbouwen. Mijn eerste korte verhalen leken wel afdankertjes uit de prullenbak van Stephen King. Dat is niet erg, want elke band begint met het spelen van covers en je ontwikkelt vanzelf een eigen stijl. Verder: schrijf. Het is een ambacht en je zult veel moeten oefenen om het onder de knie te krijgen. Dus geen smoesjes verzinnen, achter je computer gaan zitten en blijven schrijven tot je een boek af hebt. Mijn eerste boek dat werd uitgegeven, was in werkelijkheid mijn derde manuscript. In totaal heb ik dus vijf jaar geploeterd voordat ik er iets van mij in de winkel lag. Het duurde vervolgens nog eens zestien jaar voordat het een beetje begon te lopen en ik er iets mee begon te verdienen, dus het is vaak een kwestie van een lange adem.

Je hebt christelijke thrillers geschreven en schrijft ook regelmatig voor het Reformatorisch Dagblad. Heb je zelf ‘iets’ met het christelijk geloof?
Tijdens het schrijven van De Plaag (1997) had ik mijn hoofdpersoon op een avond achtergelaten in een bepaalde situatie, zonder dat ik ook maar enig idee had hoe het verhaal verder zou gaan. De volgende dag kreeg ik op mijn werk een telefoontje van een tipgever en sprong ik als journalist in de auto om getuige te zijn van een gebeurtenis die ik in zijn geheel voor het boek kon gebruiken. Dat was zo wonderbaarlijk dat ik het zelfs na al die jaren onmogelijk kan afdoen als toeval. Zo zijn er in mijn leven wel meer dingen op precies het juiste moment op mijn pad gekomen. In mijn boeken noem ik dat de ambities van het universum, maar mijn buurman zou daar waarschijnlijk de hand van God in zien.

Wie is jouw favoriete schrijver of schrijfster en waarom?
Tien jaar geleden had ik gezegd: Stephen King. Ik heb bijna al zijn boeken en hij is er persoonlijk verantwoordelijk voor dat ik ben gaan schrijven. Een jaar geleden had ik gezegd: Deon Meyer. Dat is met voorsprong mijn favoriete thrillerschrijver, niet alleen door zijn unieke schrijfstijl maar ook door de manier waarop hij de actualiteit in zijn boeken verwerkt. Maar onlangs merkte ik tegen mijn vrouw op dat ik mezelf in het verleden ernstig tekort heb gedaan door alleen thrillers te lezen. Nu ben ik bezig met een inhaalslag op literair gebied en kan het zomaar ineens gebeuren dat ik twaalf boeken achter elkaar verslind van Thomas Verbogt. Blijkbaar herken ik wel iets in zijn verlegenheid en zijn gestuntel. Lezen is nu weer net zo’n avontuurlijke ontdekkingstocht als in mijn jeugd, want ik neem elke week op de bonnefooi boeken mee uit de bibliotheek van auteurs waar ik nog nooit van had gehoord. Laatste ontdekking: Kevin Canty.

Wat is jouw droom als schrijver?
Eigenlijk heb ik, ruim een kwart eeuw nadat ik de eerste zin van mijn eerste boek op papier zette, al mijn dromen wel waargemaakt. Niet alleen heb ik vijftien boeken in de kast staan met mijn naam erop, ik bevind me nu ook in de zeldzame luxepositie dat ik boeken kan schrijven zonder dat ik daarnaast nog een andere baan nodig heb. Vroeger was het een veredelde hobby voor in de avonduren, nu is het mijn voornaamste bezigheid. Er was vorig jaar heel even sprake van een Duitse vertaling van Het nieuwe nietsdoen, maar toen dat uiteindelijk niet door bleek te gaan, lag ik daar niet echt wakker van.  Mijn grootste ambitie voor de komende jaren is om gewoon lekker door te gaan met schrijven, of dat nu een blog is, een column of een nieuw boek. Dat is eigenlijk de belangrijkste les: dat het schrijven zelf voldoende voldoening biedt en dat het bij zaken als bekendheid en succes slechts om bijzaken gaat.


Wil je meer lezen van of over Gerhard Hormann, kijk dan eens op zijn weblog www.hypotheekvrij.blogspot.nl of volg hem via Twitter of Facebook.


Reacties